een gedicht van Hester Knibbe

Iemand springt over zijn schaduw op
andermans schaduw, juist in het hart.
Met welke bedoeling, op zoek naar wat, om
zijn wil op te leggen? Gaat er pijn mee gemoeid? ‘Het is
altijd het hart met zijn duistere reden,’ schuift
het hoofd de vragen van zich af.
‘Maar ondanks onze eeuwige vetes
bewonen we eenzelfde leven en
wordt er gesprongen dan zetten we samen
af,’ zegt het hoofd vindt het hart. ‘Waartoe?
Om te ontmoeten wie achter die
schaduw zijn weg zoekt.’