Aandacht: meditatief

 

4 mei 2017
De kracht van persoonlijke verhalen
Je weet nooit precies wat er achter een glimlach verborgen ligt. Sinds ik hier in Doorn werk kende ik haar: mevrouw G. Ze liet nooit veel over haar leven los. Daarvoor leefde ze, als een aan bed gebondene, teveel in het heden. Radio 1 was haar vaste kameraad. Daarbij kwam: ze wilde niet klagen. Dan blijft je bezoek maar weg!
In de nacht van 30 september op 1 oktober 1944 beschoten leden van de Puttense verzetsbeweging vanuit een hinderlaag een auto met daarin officieren van de Wehrmacht. Bij het vuurgevecht kwamen een Duitse officier en een van de verzetsmensen om het leven. Twee van de inzittenden wisten te vluchten en een ander vluchtte zwaargewond naar een nabijgelegen boerderij, waar hij de Duitsers inlichtte.
Een dag later werd een vergeldingsactie uitgevoerd. Putten werd omsingeld door Duitse troepen. De vrouwen en mannen werden van elkaar gescheiden en ruim honderd huizen werden door Duitse en Nederlandse SS’ers in brand gestoken. Zes mannen en een jonge vrouw werden doodgeschoten. De vrouwen werden tot 21.00 uur in de kerk vastgehouden; de mannen en jongens werden opgesloten in de dorpsschool en de eierhal. Op 2 oktober werden 659 mannen afgevoerd, in eerste instantie naar Kamp Amersfoort, later naar andere kampen over de grens.
Na de oorlog keerden er 48 van terug, van wie nog eens 5 bezweken aan ondervoeding. Mevrouw G., had toen inmiddels haar vader en verloofde verloren. Dat heeft een diepe groef in haar leven achter gelaten.
Psalmen zijn liederen door het Joodse volk aan ons door gegeven. Bij de herdenking in Putten, hoorde ik, wordt altijd een Psalm gezongen. De Puttense mannen zongen die, voordat ze werden weggevoerd, en we zongen het bij de uitvaart van mevrouw G. in deze kerk:
Psalm 84, vrij gezegd door Huub Oosterhuis: Onrustig is mijn hart , onstuimig heb ik naar deze plek verlangd. Mensen waar ook geboren, weten niet wat hen drijft, gaan op reis naar Jou toe. Dwars door leeg land, wateren over, zwarte, door wouden over de Bergkam, over de top, blindelings gaan ze.

 

 

Over talenten en vertrouwen

 

Het ging over de gelijkenis van de talenten (Mattheus 25, 14-30). U weet wel: die van de vijf , de twee en het ene talent dat toevertrouwd wordt. ‘De chef’ is van huis en vertrouwt zijn personeel het beheer over een deel van zijn kapitaal toe. Het is, denk ik, een parabel die vooral over vertrouwen gaat. (zie ook Bernard Luttikhuis: Tien beelden) De knecht die zijn baas niet vertrouwt stopt zijn talent, zeg: een ton, maar in de grond. Dan loop je geen groot risico tenslotte, om het geld te verspelen (bij de bank moet je vandaag de dag zelfs nog wat toegeven!) En daar, voor risico, was deze man bang voor: deze baas is niet te vertrouwen, die haalt je het vel over de neus, als je slecht presteert!

Vertrouwen vermeerdert zich in relaties, net zoals wantrouwen dat ook doet. (Soms is wantrouwen trouwens geboden, omdat niet iedereen zulke goede bedoelingen heeft!) De ander zoeken betekent ook dat de ander oprecht geïnteresseerd zal moeten zijn anders kan een relatie niet groeien. Maar als wantrouwen de overhand krijgt, kun je niet anders meer dan vooral de rust bij jezelf in eigen huis en tuin te zoeken.

‘Vertrouwen’ is denk ik in het komende jaar het onderliggende woord in onze samenleving. Het wordt een verkiezingsjaar met basale vragen. Bijvoorbeeld: het verdelen van de welvaart, de betaalbaarheid van de zorg, de eenheid en verdeeldheid in Europa, de klop op de deur van wie op de vlucht zijn of geen perspectieven meer hebben, een duurzaam milieubeleid dat wat kosten mag… Vragen te over! In de politieke arena lijkt onderling wantrouwen en polarisatie de laatste jaren sterk terrein te hebben gewonnen. Het is onze intentie als gemeente om een platform te bieden om als gemeenteleden en samenleving in gesprek te zijn over een weg die begaanbaar is, of juist niet.

We denken dat het juist in dit klimaat geboden (!) is om het gesprek en de relatie aan te gaan.


 

imgp5790

Verborgen schatten

Wij hadden de gelegenheid om deze zomer naar een wat minder toeristisch deel van Italië te gaan. Het heet ‘de Marken’ en ligt aan de ‘rugzijde’ van Toscane en Umbrië aan de Adriatische kust. In het verleden getekend door armoede en dun bevolkt; heuvelachtig, weinig doorgaande en vaak slechte wegen. Aan de kust echter weer veel ‘ouderwets’ strandvermaak. Op zich dus al een ‘verborgen schat’ eigenlijk die mooie provincie!                 In het Middeleeuwse stadje Pergola zagen we een schat die in de jaren veertig uit een akker werd opgedolven: de ‘Bronzi Dorati’. Een levensgrote bronzen beeldengroep van twee paarden en ruiters en twee vrouwen die hen begeleiden.Het stelt een keizerszoon en zijn gevolg voor uit het begin van onze jaartelling. Rijk, royaal, menselijk. Het heeft iets heel bijzonders dat zoveel schoonheid zo lang in de aarde verborgen lag, en in duizenden stukjes eeuwen later aan de oppervlakte kwam. Wat was de reden van deze beeldenstorm? Men weet het nog steeds niet; mogelijk was jaloezie van een andere familie de belangrijkste drijfveer. Een gegeven dat al vanaf Kain en Abel in de mens zichtbaar werd. Maar de jaloezie had hier toch niet het laatste woord. Net als ‘onze’ beeldfragmenten van de Maartenskerk zijn ze toch weer te bewonderen, al zijn ze flink gehavend.

Verborgen schatten (2)

imgp5715

Ook in de kustplaats Pesaro vonden we een verborgen schat. Heel anders en ook bijzonder op een eigen wijze. Haast achteloos ligt in de hoofdstraat van de stad ergens op het trottoir het persoonsbewijs met de foto en papieren van Anne Frank. Je loopt er langs voor je het weet. Het is een verwijzing naar de Joodse gemeenschap in deze stad die er in de oorlogsjaren niet meer mocht zijn.                                                                                                     Leven wat haast achteloos werd verdaan, als papieren die uit een jaszak gegleden zijn. Huiveringwekkend symbool van de meest duistere jaren uit de Europese geschiedenis.

Je gaat er wat over piekeren: wat toonden deze kunstwerken ons? Misschien zoiets als: wat schoon en kwetsbaar is blijft uiteindelijk, als is het gehavend of getoond door het negatief van wat er niet meer is.                                                                                                                            Wat het me ook liet zien was dat je ondanks alles wat in het leven kapot gaat, of kapot gemaakt wordt, het speuren naar tekenen van hoop en dageraad, het opdelven van de aandacht en liefde doorgaat. Dat zal steeds weer onze aandacht vragen.

———————————————————————-

2891[1]

Verliezen is winnen

Thuis zijn we sinds ‘jaar en dag’ fan van ‘De Graafschap’, u weet wel die voetbalclub

uit de Achterhoek, die meestal tussen 1e en Eredivisie pendelt. ’t Zal vast iets met

mijn afkomst te maken hebben, niet zo ver van Doetinchem ‘geboren en getogen’.

Heel soms gingen de voetballiefhebbers uit ons gezin nog wel eens naar het

stadion.

We hadden eigenlijk nooit grote verwachtingen over de uitslag: ’t kon mee maar

meestal ook teugen zitt’n!

Laatst ging ik weer eens, nu met een geheide Feyenoord-fan uit onze

gemeente. Zelfs hij was het eens dat de thuisploeg tegen zijn cluppie meer verdiend

had dan 1-2!

Maar los van het resultaat vind ik het mooie dat je daar met zoveel mensen bij elkaar

zit, maar de sfeer, in de regel, goed blijft. Zeker als er voldoende inzet getoond wordt.

We zagen daar nog nooit een politieagent of ME’er in het stadion.

Eerlijk gezegd vind ik die sfeer nog plezieriger dan het voetbal zelf..

En zo kom ik erop dat verliezen dan winnen kan zijn.

Maar, eerlijk is eerlijk, hier houdt de vergelijking bij wat nu komt wel op.

 

Een vreemde overgang naar de tijd voor Pasen? Misschien wel, op ’t eerste gezicht.

Het verhaal van Jezus heeft in de evangeliën in beginsel toch vooral het karakter van

‘winnen’: de Torah-geleerden staan versteld, water wordt wijn,

hij geneest en hij heelt wonden, brood wordt vermenigvuldigd…

Maar hoe meer we doorlezen, hoe meer we gaan zien van een kentering.

Hij roept ook weerstanden op, wordt niet begrepen. Dat had hijzelf al gezegd: ik moet

bij de dingen van mijn Vader zijn….

Zijn meest nabije haken langzamerhand af, tot hij zelfs alleen komt te staan.

Van een ‘winner’ wordt hij een ‘loser’ op die laatste dag: hij laat het uiteindelijk

zonder verzet over zich komen. Hij vertrouwt daarin op de onvoorwaardelijke liefde

van God.

 

Ieder jaar komt die gedachte dat verliezen in zijn geval winnen is weer boven. Ik

moet er voorzichtig mee zijn, want er is verlies waar wij mensen toch niet mee

verder kunnen, en dan worden we door vroomheid van een ander echt niet verder

geholpen.

Tomás Halík , Tsjechisch theoloog, filosoof en psycholoog, schrijft hierover

in zijn boeiende boek: Geduld met God* .

 Hij spreekt hij over het ‘verlies van het geloof’.

En hij bedoelt dan de dood van het geloof aan het kruis van onze wereld.

Het uur  wanneer de mens overspoeld wordt met innerlijke en uiterlijke duisternis.

Zo zien  mens en wereld eruit als de duistere schaduw van het kruis over hen valt.

Velen ervoeren dat tijdens bepaalde historische gebeurtenissen of momenten van hun

eigen leven. Het evangelieverhaal en dit soort atheïsme lopen in elkaar over op het

moment van Jezus’ schreeuw aan het kruis: ‘Mijn god, waarom hebt u mij verlaten?’

Atheïsten vinden dan, zegt hij, slechts één geloof waarin God voor een ogenblik

atheïst leek.

De fundamentele boodschap van het evangelie luidt echter: dat is niet het enig

mogelijke perspectief, niet het laatste woord. Het is slechts de ‘waarheid van Goede

Vrijdag’. Daarna – na het lange wachten van de zwijgende Stille Zaterdag – komt de

morgen die toch een andere verkondiging brengt, niet minder waarachtig – ook als

velen die vroege morgen hebben verslapen.

 

Dus toch: verliezen is winnen?

 

Teun Kruijswijk Jansen

 

* Zoetermeer 2014

 ———————————————————–

Een kado voor het leven

Kerstmis 2015

 

Ik stond bij een wieg.

Gods stem wordt uit kindermond gehoord,

had ik ergens ooit gehoord.

In de wieg lag een kind, een baby nog.

Het keek me stralend aan.

Het zei nog geen woord,

maar toch voelde ik me aangesproken.

Het haalde het beste in me boven.

 

Ik keek op uit de wieg, en keek om me heen.

Kinderen, baby’s nog, uit de hele wereld.

Maar lang niet voor allemaal is er plaats,

net als toen.

Er sterven nog steeds baby’s, veel te jong.

Anderen worden geboren onderweg op een station,

zonder medische hulp;

in een stad onder oorlogsvuur;

of worden op de arm half Europa

doorgevoerd na een levensgevaarlijke

boottocht.

 

In de Kerstnacht vieren we het wonder

dat God in onze wereld kwam en komt,

in de gestalte van een kind, een baby nog.

Zijn leven verandert nog steeds het leven

van miljoenen mensen.

we zitten momenteel gevangen in een wereld vol duisternis en angst.

Veel dingen kunnen we geen plek meer geven.

De ellende en de uitzichtloosheid lijken te overheersen.

En toch is er een God ooit naar ons toegekomen met een gigantisch geschenk,

hij is mens geworden, kwetsbaar, tastbaar, benaderbaar in de gestalte van een kind.

 

Een geschenk aan ons is het,

dat je ieder jaar opnieuw uit mag pakken.

Het houdt je levenslang gaande.

Gods stem wordt uit kindermond gehoord.

 


IMGP5183

Deze zomer brachten we een week in New York door. Hoewel…even zag het daar helemaal niet naar uit!                                                                                                                                                                           We hadden vooraf, zoals het hoort, een visum verkregen en naar eer en geweten geantwoord dat onze ouders niet tot een terroristische organisatie behoren.(er van uitgaand dat die in het hiernamaals niet voorkomen).                                                                                                                       Bij de grensbeamte op het vliegveld liep het echter anders. We leverden onze paspoorten in en nauwgezet werd mijn gezicht bekeken, gefotografeerd en nog eens gefotografeerd. Rechterduim, vier vingerafdrukken; linkerduim- ,vier vingerafdrukken. Nog eens. En nog eens. Ik werd weer onderzoekend aangekeken. Wat dacht de man? De sfeer werd gespannen. De beamte onaangenaam.                                                                                                                                                ‘Waar ik dacht te verblijven. Hoe lang? Waarvoor? Nog eens: ‘waar?’, in de hoop me op een fout te betrappen. Nog eens naar het scherm getuurd.                                                                           ‘Nee, u bent dit niet’, snauwde hij . Ik keek toen maar eens op z’n vingers en zag dat hij het paspoort van Trudy zat te bestuderen.  ‘Nee, dat ben ik zeker niet, dat is m’n vrouw’                                                                                             ’He Ed’, riep hij naar z’n collega, ‘dat is nu al de tweede keer vandaag dat me dat gebeurt! Sorry hoor, ik was vanmorgen hier al om 05.00uur.   Na een benauwd kwartiertje mochten we alsnog door.                                                                                      Een week later bij de balie op Schiphol: een snelle blik: ‘welkom thuis!’.                                                                               Dat was wel een ander gevoel.


Verklaring van de Protestantse Kerk in Nederland

over vluchtelingennood in Europa, 3 september 2015

Opnieuw zijn wij geschokt over de vele mannen, vrouwen en kinderen die in de afgelopen weken hun leven verloren op de Middellandse, de Egeïsche Zee en op het vasteland van Europa. In eerdere jaren verloren al 17.000 mensen hun leven toen ze, vaak vluchtend uit situaties van tomeloos geweld, hun toevlucht zochten in Europa. Zoveel dodelijke slachtoffers vervullen ons met droefheid en ontzetting.

Droefheid en ontzetting alleen is echter niet genoeg. Het is onze plicht als kerk maar ook als samenleving naast deze vluchtelingen te staan. Concreet denken we daarbij aan het volgende:

Er moet een veilige route komen naar Europa voor asielzoekers die in aanmerking komen voor een humanitair visum. Asielzoekers zouden niet meer genoodzaakt moeten zijn om via mensensmokkelaars of langs andere gevaarlijke wegen een veilige plek te bereiken. Wij ondersteunen het betoog van eurocommissaris Frans Timmermans in deze richting.

Wij ondersteunen bijvoorbeeld het instellen van humanitaire visa: visa die voor vijf jaar gegeven worden aan vluchtelingen uit oorlogssituaties.

Wij ondersteunen het initiatief van staatssecretaris Klaas Dijkhoff die burgemeesters en gemeentes in Nederland vraagt om te helpen bij het huisvestigingsprobleem van vluchtelingen en asielzoekers in Nederland. Wij weten van velen, waaronder leden van onze Protestantse Kerk, die bereid zijn hierin verantwoordelijkheid te nemen. We willen onze bijdrage blijven leveren in de opvang en begeleiding van deze mensen. Wij willen onze deskundigheid graag delen met de staatssecretaris en nodigen hem uit ons bij zijn plannen te betrekken. Eerder in de geschiedenis (bootvluchtelingen uit Vietnam en vluchtelingen uit Joegoslavië) werd royaal gebruik gemaakt van particulier initiatief. Dat kan het draagvlak versterken voor opvang van vluchtelingen nu.

We erkennen hoe ingewikkeld het is voor de internationale gemeenschap om tot oplossingen te komen in de brandhaarden van deze wereld, vooral in Syrië en Irak. Wij voelen ons machteloos. We zien met zorg hoe de burgerbevolking, voornamelijk minderheden, het slachtoffer wordt van voortdurend geweld. Voortgezette inspanningen om de strijdende partijen om de tafel te krijgen verdienen alle ondersteuning.

Intussen blijft hulp in de regio belangrijk. Samen met lokale kerken zet de Protestantse Kerk zich via een omvangrijk noodhulpprogramma in voor opvang in de regio. We doen dat zowel in Syrië en Irak en hun buurlanden, als in andere delen van de wereld, en zullen hiermee doorgaan. Wij weten dat velen zich hiervoor inzetten en roepen op hiermee voort te gaan.

Wij willen luisteren naar het evangelie van Jezus Christus die ons geleerd heeft dat wij de ‘naaste’ zijn van gewonden langs de weg en van vluchtelingen. Wij doen een beroep op ieders besef van medemenselijkheid om vluchtelingen niet tevergeefs aan te laten kloppen op onze deur.


Brief aan en antwoord van Harry Kuitert december-januari 2014’15

In het Woord was leven en het leven         

                                               was het licht voor de mensen (Johannes 1)

Doorn, Advent 2014

Geachte professor Kuitert.

In mijn studietijd had ik college van u. Indertijd zette u ons aan het denken, en daagde u ons als studenten graag uit. Al langer had ik de neiging om u, zoveel jaar later, nog eens de vragen die door de jaren heen groeiden, aan u terug te stellen. Nu doe ik dat dan toch echt, mede naar aanleiding van een interview bij uw laatste boek ‘Kerk als constructiefout’ (‘Trouw’, 15 november 2014)

U hebt een gevleugeld geworden zin aan theologisch, en gelovig, Nederland geschonken: Alle spreken over boven komt van beneden. In de studietijd hebt u ons altijd willen scherpen in ons denken: laat je in de kerk geen ‘goedgelovige knollen voor citroenen verkopen’. Als je vanuit het geloof iets zegt, vraag je dan altijd af: how do you know? U hebt daarmee een uitzuiverende werking gehad, denk ik.                                                                                                                                                                                               Toch spraken we als studenten onderling toen al over de vraag wat u eigenlijk zelf geloofde: zou de professor zelf niet nog bidden en hoe dan? U blijkt in 2000, tenminste volgens het artikel, een doorbraak gehad te hebben: eerst waren er mensen, daarna pas religie en goden en God. En toen viel het kwartje bij u.

Deze gedachtegang in uw zoektocht lijkt me niet onlogisch. Maar een denkfout , of blinde hoek, blijft altijd mogelijk. Ik krijg tenminste argwaan, vanuit de ervaring van geloofsgesprekken door de jaren heen, en verwerking van eigen ervaringen.                                                                                                                                                                       Inmiddels denk ik dat de crux mogelijk ligt in het uitgangspunt dat wat u niet denken kunt, ook niet waar kan zijn. Kortom: u bent dan het centrum van waar u uit denkt. Dat lijkt me uw persoonlijke goed recht. Maar het merkwaardige is dat de geloofswerkelijkheid juist zo niet werkt. Er is ook geloofservaring die niet zomaar te herleiden is. Er is van alles bij te denken, maar het lukt niet om het weg te denken, omdat het iemand heel goed gedaan of levenslang geraakt heeft. Johannes 1, bijvoorbeeld, waar we op het Kerstfeest uit lezen, getuigt daarvan. Verwondering of je geliefd weten, gaan boven ons denken uit.

Uw collega en godsdienstfilosoof Renee van Riessen heeft eens gezegd dat je God niet als ‘iets’ of als ‘niets’ kunt aanwijzen of afwijzen. Ze noemt als voorbeeld gelovige ouders die een ernstig ziek kind hebben. ‘We hebben onze angst en ons verdriet voor God gebracht, en dat heeft ons werkelijke geholpen.’ Wat heeft het voor zin om tegen die mensen te zeggen: Ja maar die God waar je dat voor gebracht hebt, bestaat die eigenlijk wel? Dan mis je heel de religieuze werkelijkheid van die ouders. ‘God’ is in hun leven geen ‘iets’ maar een verhouding.’(Volzin, januari 2014)                                                                                                                                                                                                   Zelf heb ik als kind van vier bijvoorbeeld een geloofservaring gehad, waarin God letterlijk tot spreken kwam, en die geloofsverhouding ook bij mij ontstond. Details die niet verzonnen kunnen zijn, zijn erover te vertellen; ik heb het in die tijd aan niemand verteld, ook aan mijn ouders niet die me mogelijk op dit spoor hebben gezet in hun opvoeding. (Hier gebeurde het trouwens ook dat ik niet veel later dezelfde situatie opzocht om het nog eens te mogen ervaren, maar dat gebeurde toen niet! ) Een collega van u uit dezelfde studietijd, die ik dit voorval vertelde zei: ‘ja, met dit beroep is het niet vreemd dat je dit onthouden hebt!’                 Tja…er is echter meer tussen hemel en aarde dan wij weten.

En toch neemt het niet weg dat ik nog steeds benieuwd ben wat u met deze ervaringen doet die ons met stomheid slaan, omdat ze boven wat wij bedenken kunnen uitgaan. Voor mij zijn ze als het Licht dat schijnt in ons donker, en de duisternis heeft het niet gegrepen. Iets om straks met Kerstmis voluit te vieren met elkaar. Ik ben heel benieuwd hoe u dit nu (nog) leest!                                                                                                                              Ik wens ik u een goede Advents- en Kersttijd en 2015 toe!

Teun Kruijswijk Jansen  

 ‘Dag Teun,                                                                                                                                                                                                                                                                             Gelooft hij nog wel, vroegen sommige studenten zich indertijd af, en vandaag is het jouw vraag.                                                                                                                                      Nu, het hangt er maar vanaf wat je met geloven bedoelt. Als het neer komt op het voor waar (echt) houden van onze geloofsvoorstellingen, dan zeg ik al jaren (lees mijn werk maar) ‘nee, ik geloof niet’.                                                                                                                         Neem bijvoorbeeld het scheppingsverhaal, dat tot ver na mijn studententijd nog voor waar gehouden moest worden, anders werd je niet toegelaten tot het predikantschap. Maar geen mens houdt de scheppingsverhalen nog voor waar. Niettemin, heel de christelijke waarheid rust er wel op: schepping, zondeval, verlossing door God die zijn zoon zendt om de zondige men redden.                                                                                                                        Er is niks mis met geloven als voor waar houden, begrijp me goed, de mensen die buiten de kerk geloven, houden hun voorstellingen ook voor waar. Ja, hoor ik dan, maar dat is fantasie of bijgeloof, maar de christelijke kerk verkondigt waarheid die ze van God zelf heeft. Maar wie zegt dat eigenlijk? Dat zegt ze zelf. Het zijn toch mensen die zeggen dat ze van God weten, ook als ze zeggen dat ze die kennis van God zelf hebben?

Ik zeg het kort, want wat ik hier te berde breng, heb ik juist uitvoerig beschreven in Kerk als constructiefout,  waarin ik probeer kerkmensen duidelijk te maken wat er aan de hand is. Het schip der kerk strandt uiteindelijk op de rotsen, als de kerk blijft bij haar pretentie dat ze waarheid verkondigt die van Boven is: informatie over God, van God zelf afkomstig. De mensen verlaten de kerk, voelen zich van hun vrijheid om te geloven beroofd, omdat alles al vast staat, en zoeken hun heil wel buiten de kerk. En dat alles door die cirkelredenering, die zichzelf verraadt. God als eeuwig wezen dat ons denken te boven gaat-heus het staat in jouw belijdenis, Teun- kan helemaal niet: wat je denken te boven gaat denk je niet, en denk je het wel, dan is het Eeuwig Wezen een gedachte, jouw gedachte.

Dus een puinhoop, die christelijke religie? Allerminst! Lees de ondertiteling van het boek, ze laat zien dat ik juist probeer een weg uit het moeras te wijzen: De overlevering redt zich wel. De christelijke traditie verstikt als van overlevering waarheden worden gemaakt. Lees het boek maar eens, of ga ’s zondags de kerkdienst anders inrichten: stel een verhaal of passage uit onze overlevering aan de orde, en vraag of het mensen aanspreekt, en zo ja (niet verplicht, dat is het mooie van zich aangesproken voelen), wat spreekt dan aan en waarom. Het zegt mij wat, is de uitdrukking. Precies. Zo kom ik op jouw geliefde tekst, die ook mijn geliefde tekst is: in den beginne was het woord, als schrijf ik dat met een kleine letter.

Het zijn woorden die aanspreken, en ik kan mij levendig indenken dat je woord met een hoofdletter schrijft als je je aangesproken voelt. Wat woorden doen, daar draait het mijns inziens om bij de christelijke overlevering, en niet om voor waar houden. Rene van Riessen ziet het goed: religieuze werkelijkheid is wat mensen iets zegt, en daar blijf je dus af. Zoals ze van jouw ervaringen af moeten blijven.’                                                                                       Harry Kuitert

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s