Kleine Antropologie
De mens – bedroefde blinde
Die soms plotseling zien kan maar niet
Weet of dat wat hij ziet
Bestaat en tastbaar is te vinden –
De mens – wantrouwige dove
die soms plotseling horen kan
maar die niet weet of hij dan
dat wat hij hoort moet geloven –
Probeert te leven
betwijfelt iets maar beseft niet wat –
is ongelukkig maar soms
even –
vergeet het dat.’
Uit: Ellen Warmond, Warmte, een woonplaats, Querido 1961
Gedicht in de Stille Week bij de aanslagen in Brussel:
Pasen
wat zeggen wij van pasen
met zoveel dood
en dodigheid
rondom
wij hebben niets te zeggen
er valt alleen te zingen
vanuit de diepste duisternis
lof van het licht
wij leven uit de dood
Riet van Haeringen
Uit: Horen, zien & zingen (Kampen 1992)
————————————————————————-
(uit:Jacob Lawrence: Migration Serie’s , Moma-New York augustus 2015)
Mensen met koffers
Mensen met koffers gaan over de wereld,
van oorlog naar vrede, van honger naar brood.
Vaak zijn ze niet welkom, dan moeten ze terug:
van voedsel naar honger, van leven naar dood.
Mensen met koffers, ze reizen per vliegtuig,
ze reizen per ezel, per trein of per vlot.
Ze vluchten voor machthebbers en hun soldaten,
voor beul of tiran, of een andere God.
De geur van het gras
dat je grootmoeder maaide,
het wuivende graan
dat je vader eens zaaide.
Het kleine verdriet
dat je moeder steeds suste,
haar haar dat zo kriebelde
als ze je kuste.
Dat alles was thuis,
dat alles en meer.
Dat alles, dat alles,
dat alles nooit weer.
Mensen met koffers gaan over de wereld.
Altijd op de vlucht naar de volgende grens.
Ze vluchten voor tovenaars, reuzen en heksen,
voor duivel en draak – die vermomd gaan als mens.
Uit: Sjoerd Kuyper, ‘Alleen mijn verhalen nam ik mee’ (1998).
————————————————————

Bij het einde van dit jaar en het begin van 2016
een gedicht van Marjoleinde de Vos
geschreven voor de NCRV bij het thema:
‘een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’
Merels ten spijt
Het is wel duidelijk, de merel in de tuin
denkt nooit eens dat hij leeft. Alles is
zoals het is, bekommernis is flauwekul,
hij ziet de kat en weet dat hij de boom
in moet. Dat ziet hij goed.
Maar in het gras een mens, die denkt
aan straks en toen, die steeds weer wil
dat alles anders is. De hele aarde nieuw
en liefst de hemel ook want wat er is,
merels ten spijt, is niet echt goed.
Een mens heeft vaak geen flauw idee
van hoe het leven moet.
—————————————–
Een gedicht van Rutger Kopland
bij de nagedachtenis aan het leven en werken
van Rien Verbeek, musicus en organist
van de Protestantse Gemeente Doorn,
en een zeer aimabel mens.
Een koraal
Volgens zijn tijdgenoten was Johann Sebastian Bach
een virtuoos organist – hij speelde met
een onnavolgbare ‘Leichtigkeit’
lichthandigheid zou je het kunnen noemen, maar dan zo
licht dat het was alsof het geen handen waren
die speelden
ik vermoed dat ik wel weet hoe het klonk
alsof ik hoor hoe hij het zelf is die daar boven
in deze kerk in die kleine machinekamer
muziek zit te maken
je hoort het eeuwenoude mechaniek, het gekreun
van scharnieren, het geklepper van toetsen
het gekraak van de vloer, het zuchten van wind
hoe er van lucht muziek wordt gemaakt
en er een koraal langzaam door de ruimte zweeft
als een onzichtbare gewichtloze vogel
Leichtigkeit
_____________________________________________
Ronchamps, juli 2014
//
ter gelegenheid van de week van de poëzie:
Ja,
Liefde, ja er zit altijd een lichaam aan vast en dat maakt het en maakt het, maakt het
soms lastig. Maar het geeft niet, we zijn al zo lang samen dat we ons in elkaar hebben
opgeslagen, niet meer zoek niet meer weg kunnen raken.
Natuurlijk, voorbodes kruipen onder de huid, dansen
mee als je danst, rennen mee als je rent, hangen
ook op de bank, zitten daar en later gaat Haper aan de haal met je dromen, teistert een winter
de oude rivier die wil stromen. Maar het
geeft niet en de sfinx die ons het raadsel opgeeft wie van wie het meest is niks
om je druk over te maken, we houden elkaar gewoon bij de hand en waar de weg ophoudt zullen we slapen.
Hester Knibbe

(Piet Mondriaan, Fundatie Zwolle)
Uitsig op die kade
UITSIG OP DIE KADE
Nouliks vertolkbaar wat hulle my vertel,
spreeus, eksters, meeue, eende, kraaie al
die ywerige dagloners van die wal,
die reier so afgetrokke opgestel.Ek mis myself steeds minder. Ek bedoel:
as steeds meer buitedinge my gaan boei
dan sintels van inwendige gevoel
tintel dit of ek selfafstotend groei.Vermindering neem waarneembaar toe. Ek hoop
om te voldoen aan omgekeerde bloei
en leeg genoeg te loop om vol te loop
met wat vanuit hierbuite binnevloei.
Elisabeth Eijbers
Schelp
De zeeschelp in mijn hand
is vandaag op het strand
door de zee neergelegd.
Haar zwijgen zegt
dat de wereld vergaat
en niets bestaat
dan alleen de zee.
Alle wel en wee
is maar vloed en ebbe.
Ik wil niets meer hebben
en leg de schelp weer
neer bij de zee.
A. Roland Holst
Zegenwens voor Iris
In jouw hart en in jouw huis de zegen van God. In je komen en in je gaan de vrede van God. In je leven en in je zoeken de liefde van God. In je einde en je nieuw begin de armen van God om je te verwelkomen en thuis te brengen.


