
Nieuwjaarsdag 2023, Maartenskerk Doorn
Overdenking bij Lukas 2, 21 en Exodus 3, 7 t/m 15
Bij de voorbereiding van deze viering hadden we een gesprek over waar je op hoopt bij een Nieuwjaarsdienst.
Waar we op kwamen was dat je zo’n behoefte hebt, in alle onzekerheden van deze tijd, aan een ankerpunt.
Een ankerpunt om dit nieuwe jaar moedig mee in te gaan.
Vorig jaar op nieuwjaarsdag hadden we immers geen idee wat er allemaal te gebeuren stond, met de 24e februari toen de oorlog in Oekraine begon, als kantelpunt.
Je hoopt het jaar met een schone lei te beginnen, als met een wit vel papier, maar voor je het weet wordt dat gevuld.
Niet alleen met het goede en schone ervaringen, maar ook met de schaduwen die over het leven liggen.
Voor het ankerpunt waar we opnieuw mee verder mogen en kunnen gaan, lezen we vanmorgen verder in Lukas, waar we vorige week gebleven waren.
Lukas legt de laatste hand aan zijn geboorteverhaal van Jezus. En naar Bijbelse verteltrant eindigt hij niet met de geboorte zelf, maar met het noemen van de naam; beter het roepen van de naam.
Dat heeft een diepe betekenis. Israel zegt: je leven begint niet met de eerste ademhaling, je leven begint pas als je naam over je afgeroepen wordt, als je roepnaam- je roepingsnaam- heeft geklonken.
Alleen maar ademhalen, dat is nog geen leven.
Leven is weten… waarvoor je adem is geschonken.
Leven is weten… waarvoor je leeft en voor wie.
Leven is weten… dat je geroepen bent.
Dat is een van de vragen, misschien gruwelen, van lang ziek zijn, van vruchteloosheid doormaken of van werkeloos zijn. Of van maar wachten op die status om hier in het land te mogen blijven.
Wie roept je? Waarom zou je je ’s morgens laten roepen?
Voor wie, voor wat? Wie noemt je naam? Wie mist je?
We hoorden bij Lukas dat God in mensen een welbehagen heeft, en alles en iedereen in die geschiedenis vond daardoor haar en zijn bestemming.
En een ieder die het hoort mag zich, net als dat kind, van God bemind weten en tot geluk geschapen.
Onder miljoenen heeft God ook in jou een welbehagen: je bent onuitputtelijk geliefd, en eens mag je helemaal in zijn geborgenheid wonen.
Toch is het niet een en al lieftalligheid. In het vervolg wordt het kind aan God opgedragen om te worden besneden.
Het is de achtste dag.
(Wij tellen zeven dagen, en beginnen dan weer opnieuw.
De achtste dag is de dag die de gewone loop van de tijd overstijgt. Weet u: David was ook de achtste zoon van zijn vader. Dat betekent ook: met David kwam iets nieuws de wereld binnen!)
En zo brengen Jozef en Maria deze ‘Davidszoon’, lang verwacht, in het huis van God.
Op die achtste dag komt er in dit Joodse leven een werkelijkheid van hoger orde het leven binnen, dan we van nature kennen.
Door de besnijdenis bidden die ouders: dit kind is niet van ons-dit kind is ook niet van zichzelf- dit kind is van U!
En dat laatste snijdt erin: je bent Gods mens, Gods beeld, Gods eigendom. Die besnijdenis is een verbondsteken waarmee alle almachtsfantasieën van een man en mens meteen gerelativeerd, letterlijk: ingekort zijn. Je moet je maat weten als mens.
God roept je bij je naam, en vraagt in de Bijbelverhalen steeds of je al het leven gevonden hebt dat bij die naam hoort:
Adam, waar ben je? Kain, waar is je broer?
Abraham, breek je tent op, ga op reis!
Jakob, bedrieger, jij zult niet langer Jakob heten, ik doop je Israel, voorvechter van God.
En let op: niet alleen de aartsvaders, ook de vrouwen doen volop mee: Tamar, de rechtvaardige, Rachab, Ruth, Maria: gegroet ben je, je bent begenadigd, de Heer is met je.
De wordingsgeschiedenis van een mens is niet voltooid met zijn geboorte, bij de eerste ademhaling, maar met het roepen van zijn, haar, naam!
Op de achtste dag riepen zij zijn naam Jezus. Dat is Jozua: God bevrijdt. ‘Mag jij, in woord en daad op aarde een teken zijn dat God bevrijdt. God geve dat jij een bevrijder wordt, iemand die ruimte maakt, perspectief biedt.’
Wie is die ‘God’?
De God die wij hier als christenen aanroepen is de God van de Exodus. De God die ons wegleidt uit alle vormen van gevangenschap en slavernij.
Hij zei tegen Mozes: Ik heb gezien hoe mijn volk lijdt. Ik heb hun roep om hulp gehoord. Ik ken hun lijden en ben gekomen om hen te verlossen.
Onze God is een God die afdaalt om te verlossen: zijn Naam mag niet zelf gezegd worden maar betekent: Ik-zal-er-zijn.
‘Ik-zal-er-zijn’, maar niet zonder jou, Mozes. Ik heb je nodig om mijn bevrijding mee waar te maken. Ondanks je schutterigheid, je gestotter en je verleden.’
‘Ik-zal-er-zijn’, maar niet zonder Jezus, hij die redt.
Die naam, vertelt Lukas er fijntjes bij, is door de engel genoemd, nog voor hij in de schoot van zijn moeder ontvangen was.
Zo hebben de mensen hun anker, het kind van Jozef en Maria, later ervaren: als een gave van God, een geschenk uit de hemel. Niet door mannelijke kracht, maar vrucht van Gods liefdevolle overmacht.
Hemel en aarde roepen zijn naam: Jezus.
Let op.. die naam wordt niet alleen Jezus toegeroepen om te dragen. Hij wordt ook ons toegeroepen om op te vertrouwen en om hoog te houden.
In ons eigen leven, in de levens van wie in de kou staan, en van hen van wie de naam door niemand meer genoemd wordt.
In de Bijbel wordt ondertussen erkend dat we een mengeling van goed en kwaad zijn.
Maar God heeft ons in onze beperking de ruimte gegeven om authentieke, zelfstandige, liefdevolle mensen te zijn.
Daarmee heeft Hij een enorm risico genomen, toen Hij ons mensen schiep, dat weten we, zeker nu, maar al te goed.
Toch houdt God diep respect en ontzag voor de vrijheid en ruimte die hij ons meegaf..
Leven begint bijbels gesproken niet bij onze eerste ademhaling,
maar met het roepen van je naam. Dat je die met vreugde en moed mag dragen. ik-zal-er-zijn ook in 2023
Geluk en voorspoed komen, gaan;
gun droom en vrees hun eigen tijd.
Vrijmoedig in de liefde Gods
gaan wij de weg die Christus wijst.
God, vorm ons in dit nieuwe jaar
tot beeld van uw toekomend rijk
en maak ons werken en gebed
tot heil en zegen in de tijd.
(Liederen & Gebeden uit Iona&Glasgow Lied 25)