Een bijdrage tot de statistiek

Gisteren werd er in de VS gestemd voor het presidentschap; er wordt nog dagen geteld, gewikt en gewogen. Het volgende gedicht gaat over getallen en waarvoor ze kunnen staan…

Een gedicht van Wislawa Szymborska:

Op elke honderd mensen

zijn er tweeënvijftig

die alles beter weten,

onzeker van elke stap –

bijna de hele rest,

bereid om te helpen,

als het niet te lang duurt

– wel negenenveertig,

de goedheid zelve,

omdat ze niet anders kunnen,

-vier, nou, misschien vijf,

in staat tot bewondering zonder afgunst

– achttien,

leven er in voortdurende angst

voor iemand of iets

– zevenenzeventig,

hebben er talent om gelukkig te zijn

– ruim twintig, hoogstens,

zijn als individu ongevaarlijk,

maar slaan los in de massa,

– in elk geval meer dan de helft,

zijn wreed,

als de omstandigheden hen dwingen,

– hoeveel kun je beter niet weten,

ook niet bij benadering,

verstandig als het te laat is

– niet veel meer

dan voor het te laat is,

willen er van het leven alleen dingen

– veertig

hoewel ik me hier liever vergis,

duiken, een en al pijn, in elkaar

zonder lantaarn in het donker

– drieëntachtig,

vroeg of laat,

verdienen er medelijden

– negenennegentig,

zijn sterfelijk

– honderd op de honderd.

Een getal dat vooralsnog niet verandert.

Plaats een reactie