Aandacht: artikelen

Ik vertrek
Een van de populairste TV-programma’s is al jaren Ik vertrek. Landgenoten die hun toekomstperspectief willen verschuiven, zie je uit hun oude woon- en levenssituatie e vertrekken naar een bestemming over de grenzen. Geen regels meer daar, rust en ruimte: hier zal het anders en vooral beter zijn om te leven en werken, beloofd land! Het is voor de kijker maar de vraag of het zal gaan lukken, enig leedvermaak is hem vaak niet vreemd en de producent weet dat heel goed in beeld te brengen! Een schilderij uit de 30’er jaren in het zuiden van de Verenigde Staten van Lawrence Jacob laat een andere noodzaak om te vertrekken zien: de armoede van de zwarte bevolking van het platteland. Er was een duidelijke noodzaak om te vertrekken…
Hoe zit dat met ons? Wij vertrekken uit vrije wil naar onze vakantieadressen, leggen een taak neer, of stappen uit een groep. Of stappen er juist in omdat we er iets bijzonders van verwachten. Maar we moeten soms ook noodgedwongen vertrekken uit het vertrouwde: je gaat studeren en het huis uit, door een gebroken relatie, een sterven, werk dat ophoudt, een ziekteproces waar je in mee genomen wordt,…. je hebt geen keus meer.
Een van de wonderlijkste en tot grote verandering aanzettende Bijbelverhalen gaat uit van ik vertrek. Je vindt het in Genesis 12: de Heer spreekt tegen Abraham: trek weg uit je land, verlaat je familie en verwanten en ga naar het land dat ik je zal wijzen. Je raakt er niet over uitgedacht: waarom deze man? Hoe vernam en vertrouwde hij deze ‘Stem in het gebeuren’? En waarom zou hij toch op weg gaan: op grond van een belofte… van een onbekende God? Was de noodzaak echt zo sterk, of is dit allemaal inlezen achteraf (zoals wij ook vaak achteraf ons vertrek pas kunnen begrijpen en duiden).
Abram moest leren zijn eigen weg te gaan. Niet om als een automaat in een vast handelingspatroon door te leven, maar om een nieuwe toekomst in te gaan, die zou gaan veranderen onder invloed van God – Ik zal er zijn! En Abram wendde zich af van een oude traditionele zekere, maar wel gesloten wereld. En hij wendde zich toe naar een nieuwe onzekere, maar open wereld, waar nog alles mogelijk zou blijken te zijn. De aanwezigheid en heilzame invloed van God is niet vast te leggen!
Wij staan zelf ook aan het begin van (weer) een nieuw seizoen kerkenwerk. We leunen op veel wat vertrouwd is, en hopen op het ‘vertrouwde’, maar zeker op wat vertrouwen geeft. De spraakmakende theoloog Erik Borgman doet in zijn nieuwste boek (‘Leven van wat komt’) de oproep om daarbij niet steeds opnieuw een beeld in ons hoofd te hebben van de ideale gemeente, waarvan we ook snel ontdekken dat we dat niet en nooit halen. Leef in plaats daarvan, wat meer vanuit geloven en vertrouwen. Zie waar en hoe de realiteit bezig is, en waar sporen van het goede en van God, en van hoop en dageraad te ontdekken zijn. Niet om een ideaal te realiseren, maar – te midden van alle gebrokenheid in ons persoonlijk en gemeenschappelijk leven- , de in God verankerde bestemming van heelheid, verzoening en verlossing te vinden. Het komt dan aan op verbonden met waar we zijn en wat zich daarin aandient. We horen bij de Maartenskerkgemeente in Doorn, een kerk en dorp met al haar gebreken en sporen van hoop, en dat is waar we mee mogen doen in Gods getrouwe liefde en bevrijdende boodschap voor de wereld: mens Ik hou van je, kom tot je bestemming! Dat maakt het komende seizoen op voorhand tot een verrassende tijd om naar toe te vertrekken!
Teun Kruijswijk Jansen

 

Opnieuw geboren

simeon-rembrandt

 

 Simeon in de tempel (Lukas 2, 25-35) is
Rembrandts’ laatste schilderij,
dat nog op de ezel stond in zijn atelier.
Meteen wordt je aandacht getrokken
naar het gezicht van de oude man:
zijn ‘geloken’ ogen, de mond iets open.
Een beeld van intense verstilling.
Rechts daaronder het kind, Jezus,
op zijn armen.
Merkwaardig, en het kwetsbare versterkend:
hij houdt het kind niet vast!
Daar is het misschien te ‘groot’ of te heilig voor?
Zijn handen zijn naar elkaar toebuigend,
de vingertoppen lijken elkaar te raken.
Deemoed. Wat een moment!

De schrijvers Willem Jan Otten en Vonne ven der Meer
kregen hun eerste kleinkind afgelopen november.
In Trouw schreef Otten daar iets over dat me bij dit verhaal aan
het denken zette.
Hij schrijft dat het geen kunst is om sterven en dood te filmen,
maar dat het veel moeilijker is om het begin te filmen.
Dit schreef hij daags nadat er een foto is gemaakt van zijn
bijna negentigjarige moeder, die de pasgeborene in haar armen
houdt.
Er is aan de foto niets bijzonders. Zowel de hoogbejaarde als de
baby staat, zoals op zo’n foto welbeschouwd iedereen.
En toch is er iets dat begoochelt te zien. Want wie is er op de
foto precies de boreling?
Geen sterveling houdt ooit op boreling te zijn. Zelfs van onze
gestorvenen is hun geboorte een groter, en oneindig veel
moeilijker te beseffen raadsel dan hun sterfelijkheid.
‘Ontslapen’ is dus een rijk woord!

Wat mij aan de Simeon van Rembrandt boeit is dat hij zo uitziet
naar de tijd dat God Israel vertroosting schenkt,
en Rembrandt hem juist op dat moment ‘betrapt’.
Gaat het over de te verwachten verlosser?
De messiaanse bevrijder?
Zeker is dat hij uitziet en door het Kind
zelf een nieuw begin mag maken.

Mag 2017 een jaar zijn voor u en mij,
waarin we veel te zien krijgen
dat onze ogen en ons hart goed doet.

Zou je niet eens opstaan?

In deze weken wordt er, opnieuw, achter de schermen hard gewerkt aan de voorbereiding en invulling van ons jaarthema ‘zou je niet eens opstaan?’. De ‘aftrap’is begonnen op de Startzondag met in de gelijkenis van die zondag de omkeer van de ‘verloren zoon’: ik zal opstaan en naar mijn vader trekken.

Wat me opvalt is dat we op dit moment een cultuuromslag meemaken die, deels,op deze omslag van de ‘verloren zoon’ lijkt.

bigger_92adf6fde29fdddfffceba23e3cc08ed80700aca

Luister bijvoorbeeld naar minister Schippers die de moraal herontdekt: ‘Wij dachten: onvrijheid, dat spreekt niemand meer aan, dat waait vanzelf weer over. Religie is achterhaald, in ieder geval in de vorm van een voorgeschreven leven, zoals de bijbel of de koran. We zijn wakker geschud. Wij moeten ons verhaal weer op orde krijgen. Wij moeten weten waar we voor staan. Rechtse heilige huisjes dat je als asielzoeker niet mag leren en werken, totdat helder is dat je mag blijven – en linkse heilige huisjes dat alle culturen gelijkwaardig zijn, moeten sneuvelen.’(Trouw, 6 september j.l.).

Ook in het kerkelijk leven staan we op een ‘breukvlak’. Door de afkalving van het ledental en de snel verlopen ontkerkelijking heeft de synode door het aannemen van het rapport ‘Kerk 2025’een enorme, organisatorische, omslag gemaakt. De ‘bovenlaag’ boven de gemeenten wordt zelfs grotendeels ontmanteld: ‘Utrecht’ gaat fors afslanken en de classes verdwijnen binnen afzienbare tijd in de huidige vorm. Als het om de ‘geloofstaal’ gaat is er met “Vreemdelingen en priesters’ van prof. Stefan Paas, een nieuwe, heldere en wat meer bescheiden weg voor de kerkelijke gemeente geschetst.

Op lokaal, persoonlijk, niveau kan dit ‘opstaan’ uit een breukvlak ook woorden krijgen. Ik hoorde een tekst hierover die door een van de deelnemers tijdens aan de Kerstviering van Kwintes (‘beschermd wonen’ aan de Sitiolaan) voorgelezen werd. Ook hier gaat het over ‘opstaan’ uit het oude naar iets nieuws:

 

 Wat is herstellen, als je niet meer beter wordt waar is je moed,                                                                     als je weet: het komt nooit meer goed?                                                                                                                   Je wilt sterker zijn dan de pijn je probeert nog zoveel                                                                                        maar je ziekte is een onderdeel van je leven:                                                                                                      het is een gegeven.

Totdat je opstaat en zegt ik trek alles recht, samen veranderen,                                                                     ik kan iets betekenen ook voor anderen,                                                                                                                ik herstel en weet ik ben niet genezen,                                                                                                                     maar ik kan in alle tijden een aanwinst wezen .

 

                                                           

mamedov-last-supper1

(Mamedov: Last Supper)

 De laatste downer?

Mijn zus heeft het syndroom van Down. Ik weet niet anders. Van jongs af aan trekken we al met elkaar op. Eerst onder de hoede van vader en moeder, later als broers en zussen (we zijn nog altijd met z’n zevenen) met elkaar. Mijn zus is meer en meer de verbindende schakel geworden: samen dragen we (ook de schoonzussen en -broer) mee de zorg voor haar, ook al woont ze sinds haar achttiende levensjaar in een gezinsvervangend tehuis.

Ik geloof eigenlijk niet dat zij lijdt aan dit syndroom. Dat lijden was er wel voor haar omgeving, in meerdere en mindere mate. Eerst de schrik en de tranen toen ze geboren werd. Mijn broer herinnert zich: ik weet nog dat op de dag van de geboorte vader naar huis fietste. Wij ontmoetten elkaar voor slagerij Hanskamp. Vader stapte af en zei: “Je hebt een zusje gekregen. Ze is een mongooltje ( zoals dit destijds heette). Maar we hebben haar van God gekregen. Hij zal ons ook helpen om haar groot te brengen”. Vader had de tranen in zijn ogen. Hij wist drommels goed, vanwege zijn werk op de BLO school, wat het krijgen van zo’n kind kon betekenen.

Mijn vader heeft in zijn geloven, later, wel geworsteld met haar ‘zijn’. Niet zozeer over wie ze als mensenkind was, maar wel wie ze voor God was. Hij schreef ons eens over de wonderlijke zin dat Mozes in het biezen arkje werd gespaard omdat hij een ‘schoon kind’ was (Hebreeen 11, 23). En hoe dan met ons zusje, dat zeker in de tijd dat zij geboren werd als ‘achterlijk’ en ‘zwakzinnig’ werd benoemd: zou zij daarom niet gespaard hoeven worden?                                                                                                                                                 ‘Schoon’ zou wel eens een vertaling van ‘tov’ geweest kunnen zijn. ‘Goed’ in de betekenis van ‘heel’. Vader werd getroost door de gedachte dat de Heer zich vereenzelvigde met diegenen die maatschappelijk als de minsten werden gezien.

Marijke bleek niet alleen een hartafwijking te hebben (wat bij haar ‘zijn’ hoort, en waar meer ‘downers’ mee te maken hebben), maar ook autistisch te zijn. Met name mijn moeder kon moeilijk verdragen dat ze zo op zichzelf bleef en weinig genegenheid toonde. Haar leeftijdsverwachting werd in 1962 op 25 a 30 jaar geschat. We stelden ons dus in op een snel afscheid.

Het is anders gelopen: twee ingrijpende hartoperaties maakten haar weerbaarder en sterker. De goede zorg en woonomgeving doen haar goed in de regel, al zijn de bezuinigingen ook bij haar de kwaliteit van de verzorging niet ten goede gekomen. Ze heeft laatst twee gehoorapparaten aangemeten gekregen, waardoor haar wereldje weer wat breder is getrokken, en ze ons ook beter horen kan.                                                             Voor onze kinderen is ze een stille getuige geworden van een andere wereld waarin het kleine geluk je gelukkig kan maken. Een wereld waarin kwetsbaarheid iets is waar je behoedzaam mee om moet gaan, wat rijker maakt. Alle nichten en neven zijn op mijn zus gesteld geraakt, hoewel ze van zichzelf uit nooit iets van zich laat horen naar hen toe.

Marijke was en is onze eerste ‘downer’. Hoewel haar leeftijd de nodige zorgen met zich mee brengt (mensen met het syndroom van down verouderen sneller), hopen we in onze gezinnen allemaal dat ze nog lang bij ons mag blijven!                                                                      U begrijpt dus wel dat de gedachtegang dat zwangerschapsonderzoek naar dit syndroom ons op zich niet met huiver vervult. Het kan veel leed voorkomen, zeker bij meervoudig handicaps.  Tegelijk zal er ongetwijfeld een maatschappelijke druk ontstaan: zo’n kind laat je toch niet komen! (zelfs uit een als Reformatorisch bekend ziekenhuis ergens op de Veluwe hoorden we zo’n bericht, telkens uitgesproken door de behandelende gynaecoloog).                                                                                                                                                    De EO zond een serie uit (de laatste downer) waarin downmensen zelf op zoek gingen naar antwoorden op moeilijke vragen. Een van die vragen was: ’zou ik er geweest zijn als je tijdens de zwangerschap wist wat je nu weet?’                                                                                                                                                                              We zijn nog altijd verknocht aan onze zus. Zij heeft mij geleerd dat ‘gewoon’ en ‘nuttig’ en ‘zorg’ altijd bij gratie van het bijzondere bestaan. ‘Anders’ bepaalt ons bij e waarden die ons tot andere mensen kan maken. Ze heeft mij geleerd dat mijn ‘macht’ over haar alleen kon bestaan als die leerde om haar weerloosheid te respecteren. Om haar ‘zijn’ te zien als een gave van de Liefdevolle ook aan mij. Ons gezin was ons gezin niet geweest zonder haar, dat weet ik zeker.

Nee, de vragen van nu zijn niet meer de vragen van toen. Als de kwetsbaarheid van toen, er nu en straks, ook maar mag zijn. Waar de eerste de laatste wordt, en de laatste de eerste.

(Wie daar nog een beeld bij wil krijgen googled naar Mamedov- Last Supper)

Teun Kruijswijk Jansen

 

 

Gods goedheid is te groot voor het geluk alleen.

(uit de preek op de Gedachteniszondag, 22 november 2015)

surviving_the_flood

Op de foto ziet u een sterke waterstroom,waaruit een gewonde hand steekt.                         Het beeld heet: de vloed overlevend. Het vertelt van overleven als je overspoeld bent door iets: een groot verlies in het persoonlijke, maar je kunt ook denken aan iets wat je samen deelt.                                                                                                                                                                    Leven na een aanslag op de menselijkheid bijvoorbeeld,zoals we nu na ‘Parijs’ leven en een weg zoeken in de samenleving om verder te gaan.Het leven en de menselijkheid hoog houden, als een tere bloem.

In de hand is een gat geslagen. Dat is de pijn van het verlies waarmee we verder moeten.De kunstenaar heeft ook weet van de tekenen in de handen van Christus, de Opgestane, die dwars door alles heen,zelfs de dood, het leven hoog houdt, bewaard in de liefde en trouw van God.

Vanmorgen staan we heel direct stil bij het verdriet dat verlies van een dierbare met zich mee brengt.Voordat ik zo bij het geluk van de ‘zaligsprekingen’ wil stil staan, wil ik eerst wat gedachten over ‘verliezen’ met u delen zoals Jan Greven die verwoord heeft in zijn, dit jaar verschenen, boek: Aartje.Dat boek gaat over de plotselinge dood van zijn dochter, en wat dat in hem opriep.                                                                                                                               Wie een geliefde verliest weet voorgoed hoe kwetsbaar het leven is. De horizon van het bestaan valt weg.Er is een filosoof die zei dat met de dood van God (als wij dat zo beleven) de horizon van ons bestaan is weggeslagen.                                                                                   Maar niet alleen God bepaalt de horizon van ons bestaan.Geliefden, kinderen, vrienden doen dat ook. Met elkaar scheppen ze onze horizon, zijn ze onze ankerpunten en bakensen geven ze lijn en richting aan ons leven. Je kunt ze niet missen.

Bij verlies moet je weer richting zoeken.Met dit verlies sterft ook iets van onszelf.                   Het verdriet daarover blijft bij je.Je vindt manieren om verder te gaan, maar vanzelf gaat dat niet. Je moet er hard voor werken, in de afgrond kijken.                                                        Zien wat het was en wat ze voor je betekende.Hoe hij of zij deel uitmaakte van je horizon. Diegene die er niet meer is gaf betekenis aan je leven.                                                               Soms was dat een pijnlijke betekenis; ook dat schrijnt nu.                                                         Vaak was het een betekenis die je gelukkig maakte.                                                                           Zul je die betekenis terugvinden?Wat betekenen ze nu, na hun dood voor je?                     Hun leven heeft betekenis gegeven aan jouw leven.                                                                       Daarom blijf je aan ze denken, raak je ze niet kwijt.

Het is bij rouw als bij het vertrekken uit een huis dat je vertrouwd was.                                       Je kijkt nog eens om. Je denkt aan gelukkige momenten.                                                             Tegelijk weet je: wat was komt niet meer terug.                                                                           Rouw eindigt in achterlaten van wat je zo lief had.                                                                            En je gaat verder opzoek naar een nieuwe horizon.

II

Gelukkig die… staat er in de Bergrede. Al die mensen die genoemd worden, weten van verliezen, zijn kwetsbaar.Ook zij die zich geraakt weten door de ander in zijn kwetsbaarheid en het onrecht wat aangedaan is, en daar voor opkomen.                      Dan staat er nota bene ook: gelukkig die treuren, want zij..! Hoe krijg je dat bedacht en durf je dat te zeggen?                                                                                                                                   Nu moet u nu iets weten over de achtergrond, de setting, van deze woorden.                         Jezus zit op de berg. Hij zit niet in de tempel of op het kerkplein: hij is uitgeweken. De mensen in Jeruzalem pruimden zijn boodschap over de nieuwe wereld van God niet.               Hij besefte dat zijn tekenen van genezingen maar kleine tekenen waren.Hij voelde de druk van de mensen die uitzagen naar echt recht en hem leider wilde maken.                                   En Hij besefte dat de crisis waarin de wereld verkeerde te groot was om er met een spontane ‘coup’ een einde aan te maken.                                                                                           Daarom week hij uit naar het gebergte, in de middle of nowhere had hij daar zijn schuilkerk

Een kleine groep volgde hem. Zij wilden met hem zoeken naar de manier waarop Gods rijk dan wel zou komen. Allemaal mensen die verlangen en echt uitzien naar hoop. Niet omdat ze allemaal zo succesvol zijn, geslaagd, want dan zouden ze aan ‘thuis’ wel genoeg hebben. Maar omdat ze geraakt zijn, en hopen op echt geluk: voor henzelf, en voor wie dat zo nodig hebben.En deze woorden: gelukkig die…. zijn dan het openingslied van een preek over het komende Rijk van God, en hoe je daar in mee kunt doen. Een hart onder de riem!           ‘Gelukkig die treuren, want ze zullen getroost worden’ maakt een onmogelijke indruk op ons. Want: wie weet heeft van treurigheid en droefheid in zijn leven zal wel nooit zeggen dat dat zo heerlijk is.Treuren en droefheid heeft niets ‘zaligs’, en we willen er zo snel mogelijk van af.

Het woord ‘gelukkig’ dat Jezus hier gebruikt laten we dan ook niet slaan op het treuren, maar op het troosten:gelukkig die getroost worden.                                                                     Maar dan poetsen we ook iets weg uit de spanning tussen onze wereld en die van God waar-de-man-op-de-berg over spreekt.Hij heeft het over een treuren waar je niet overheen komt, waar je niet overheen komen kunt, en ook niet komen mag, zolang de wereld is, zoals ze is.

Wie geen pijn meer heeft aan het leven en aan de wereld zoals die is, die heeft er zich bij neer gelegd dat God zich niet laat kennen.                                                                                               Je hoeft je niet te laten troosten als er voortijdige dood is, dat is een heel Bijbels gegeven. Rachel huilt om de wrede dood van pasgeboren kinderen in Bethlehem, Job verzet zich tegen de gemakkelijke raad van zijn vrienden als zijn gezin is opgebroken.                            En dan gaat het nog niet eens om het treuren over de schijnbare afwezigheid van God in deze wereld.                                                                                                                                                   Hoewel: ik las het verhaal van een collega die in een ziekenhuis een vrouw trof die door het tobben over al het verdriet om haar heen een veel te hoge bloeddruk had.Toen het woord ‘God’ viel zei ze: ‘meneer, als er een God bestaat en als dit zijn wereld is en zijn mensen, wat moet die stakker dan een hoge bloeddruk hebben.’

Zoiets moet het zijn waarover Jezus spreekt bij ‘gelukkig die’.Het is deel van de verbijstering om een schepping die vertrapt en verdaan wordt, om dieren en mensen, om geschonden kinderen, om het goede dat altijd aan het kortste eind trekt, om de vrede die maar niet te vinden is, en de liefde die bezoedeld wordt.                                                             Treuren is dus iets blijvends op deze manier, dat ontstaan kan omdat je van iets anders weet hebt gekregen.Van de wereld zoals God die bedoelt en van een vreugde om wat hij met mensen voor heeft.In treuren wordt zelfs zichtbaar dat het nieuwe Rijk er al is:               Zij zullen vertroost worden.Dat is geen vrome wens, maar een belofte, gedaan met een ouderwets woord: door de man van smarten.Hij belichaamde letterlijk Gods pijn om de wereld, en om hem heen is een andere wereld ontstaan.                                                               Een broeder- en zusterschap van hen die deel hebben aan deze pijn en dit treuren,         daar in die schuilkerk op de berg, maar net zo goed in deze gemeenschap van de kerk aan het kruispunt.

III

Tot slot laten we Jan Greven weer aan het woord. Wat gelooft hij nu, na dat grote verlies?Hij raakt steeds weer geïnspireerd door Dietrich Bonhoeffer. Voor hem is geloven ‘rechtop blijven’, tegen alle ellende in.Alleen zo voorkomen dat machteloze treurnis over je komt. Het inzicht dat het leven bij verdriet en lijden verandert in een opdracht, heeft hem op weg geholpen.                                                                                                                                                 ‘Ik weet nu dat ik niet moet blijven steken in verloren geluk en harmonie, dat ik er niet teveel naar om moet kijken. Accepteer dat geluk je vroeger kwam aanwaaien. Dat dat voorbij is. Dat geluk nu iets is waar je je best voor moet doen. Een opdracht hoe moeilijk ook richt je op die nieuwe opdracht: ondanks alles verder leven, overleven.Ik moet opnieuw ontdekken wat geluk is.’

Hij blijft trouw, koppig trouw, aan Christus, maar ook aan de aarde, en aan de mensen in het verlengde aan de trouw aan Christus.

Gods goedheid is te groot voor het geluk alleen.

bronnen: Aartje – Jan Greven, Amsterdam 2015, Pieter Holtrop – Ouderlingenblad z.j. Afbeelding: Frederick Franck

 

Het eerste woord!                                                         Genesis 1 vers 1

IMGP4899

(Chagall, De Rabbi, Brussel juni’15)

 

‘Wat was het laatste woord?’, vroeg mijn vader vroeger nog wel eens als hij na het avond-eten uit de Bijbel had gelezen. Een pedagogisch trucje om ons op te laten letten!                      Wat het laatste woord van de Bijbel is kunt u zelf opzoeken als u wilt; in dit meditatief tweeluik wil ik met u stilstaan bij het allereerste Bijbelwoord. Waarom? Omdat het de toon zet, en het helpend is als je weet met welke ‘bril’ op je de verhalen begint te lezen.

Begin!                                                                                                                                                                     Vreemd hoe het geheugen werkt! Ergens op een druilerige maandagmiddag bovenin de VU-toren in Buitenveldert, stelde onze hoogleraar dat het al heel wat was als de studenten eerst van hun ‘kinderbijbelgeloof’ afgeholpen zouden worden. Kennelijk was het ‘raak’, want ik ben het niet vergeten. Tegelijk werd je opgezouten met de vraag: maar wat is dan mijn kinderbijbelgeloof eigenl                                                                                                                  Door de jaren heen ben ik gaan begrijpen dat je daar nooit meer achter kunt komen.             Wel dat ik religieus niet ‘op water en brood’ groot groeide, maar met prachtige en onbegrijpelijke , en soms heel wrede, verhalen die iets van het geheim van Gods liefde voor de mensen vertelden.                                                                                                                              Je maakt een ontwikkeling door in het ontvangen en verwerken (of wegleggen) van die verhalen. Maar altijd blijft dat oerbegin mee resoneren. En in de kinderbijbel van toen was meestal de teneur: en zo is het gebeurd, en niet anders!                                                                      Van dat begin mogen we inderdaad bevrijd worden. Ik hoop u daarmee van dienst te zijn door bij het eerste woord uit de Bijbel eens wat uitgebreider stil te staan.

Beresjiet                                                                                                                                                                 Niet om gewichtig te doen staat hier het eerste woord van de Bijbel: beresjiet.                           Het is het eerste woord van de ouverture.                                                                                                  Die ouverture, het begin van de Bijbel in het scheppingsverhaal, zet een toon die door het hele muziekstuk door gaat klinken.                                                                                                             De Nieuwe Bijbel Vertaling zegt: in het begin schiep God….                                                               De herziene Statenvertaling doet hetzelfde.                                                                                             De Naardense vertaling doet het anders: sinds het begin is God schepper…

Wat ligt daarachter? In ieder geval de keuze van de vertaler dat de Bijbel niet een tijdloos boek, geen geschiedenisboek (er was eens),  is, maar een voorleesboek.                                       En het geschiedde is iets anders dan toen is gebeurd…. Want dat maakt schepping, (en veel later: opstanding) tot historie.

Die eerste woorden willen dus geen mededeling doen, maar zijn zelf mededeling: ‘levend’ woord, oproep, belofte, voorspelling van leven.                                                                                     Daarom is de vertaling van dat eerste woord in het begin misschien veel beter te lezen als: in beginsel. Een levens- of geloofsprincipe, een belijdenis-gedicht: Schepping niet als ‘zo was het’, maar: zo begint het steeds weer!

In beginsel schept God: dit is de hoofdzaak van ons bestaan.                                                               Dit is de hoofdader van de Bron van leven, de Schriften van Oude en Nieuwe Testament.       Van hieruit vinden we een weg naar een goede aarde. Zo, met dit begin, wordt de wereld bewoonbaar. Dit begin spoedt zich naar de schepping van de  mens toe.                                       Het wordt onze opdracht die aarde te vervullen… met humaniteit,  menselijkheid naar haar bedoeling, samenleving, de aarde aan de (af-)goden te onttrekken.                                     Je kunt, en moet, daarmee steeds opnieuw beginnen, omdat God steeds opnieuw in deze bedoeling  staat.

Zo blijft schepping een ‘tegenstem’ tegen de heersende wanorde in.                                           Waar steeds opnieuw de aarde niet alleen bewerkt, maar ook uitgeput wordt.                       Waar mensen elkaar uitbuiten en vernederen, en grote conflicten tussen de volkeren onderling voortduren.                                                                                                                     Toen, voor de schepping (!), was  de aarde ‘war en bar’ , maar nu dus net zo goed.

Beginsel in het Nieuwe Testament                                                                                                                    Het is mooi om te zien hoe dat ‘in beginsel’ van Genesis, heel verrassend, in het Nieuwe Testament ook ineens in beeld komt als Jezus, de nieuwe mens, de nieuwe  Adam, zijn taak begint.                                                                                                                                                                   Het evangelie naar Marcus begint, net als het Oude Testament, met een profetisch getuigenis: het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God.                       Geen Maria en Jozef, geen herders en geen stal, maar de nieuwe mens die van God                  uit herscheppend en helend is.

De Geest werkt meteen in hem door, en hij laat zien hoe de wereld in Gods ogen                       bedoeld is. Hij leeft met de wilde dieren en engelen dragen hem. In hem breekt het Koninkrijk aan, laat je door dit Koninkrijk in dienst nemen!                                                               In beginsel breekt het Koninkrijk aan als je in zijn spoor de her-schepping                                 van de wereld dient.

Het wereldhuis                                                                                                                                                      Ten slotte nog een mooi verhaal uit de Joodse traditie waarom de Bijbel met de letter B begint . Alle letters komen voor God en vragen: schep met mij de wereld. Daarbij                     wordt tenslotte de Beth uitgekozen. Dat is omdat het woord baroech (zegen) met een  b begint. Beth betekent letterlijk: huis. Denkt u maar aan Beth-lehem: broodhuis.                     Deze letter waarmee de Bijbel begint kun je ook zien als een schuilhuisje, zoals die

bij een bushalte staat. Je hebt er grond onder de voeten en een dak boven je hoofd:           images

Het leuke is dan dat je weten moet dat de Hebreeuwse tekst van rechts naar links                   gelezen moet worden. Je staat dan in het schuilhokje, hebt een steuntje in de rug,                   en gaat van daaruit de wereld in: lezen en horen maar in wat volgt!                                               Zo komt het wereldhuis van de mensheid tot leven, zo kan ze bestaan: begin!                           (Dat het  vervolgens met die mensen uit de hand kan lopen, wordt ook verteld.                               Maar dat is weer een ander verhaal voor een volgende keer..)

(voor dit artikel las ik in Tenachon, Door een geleende bril –Henk Huyser,                                              De Bijbel theologisch, en, vooral, Bezig met Genesis – Willem Barnard.)


 

‘Passie hervonden’

The_Skating_Minister[1]

(Raeburn, The skating Minister)

 

Eind juni 1996 viel ik tijdens een kerkdienst letterlijk om, vlak voor de voorbeden. Zo maar een ‘uitglijder’ of een andere oorzaak? Ik denk het laatste. Nadat de ouderling me aangeraakt had kon ik gelukkig weer opstaan, en bleek- dat werd achteraf geconstateerd-  een schouder gebroken te hebben. In de weken die volgden werd er vanuit een neurologisch onderzoek geen fysieke aanleiding voor deze val gevonden. Wel ontdekte ik dat ik aan langdurige uitputting leed: een (te) zwaar tillen aan gemeenteopbouwprocessen, gebrek aan visie om samen met collega’s en gemeente inhoud te geven aan de nieuwe Samen-op-Weg-kerk waarin ik werkte, en niet te vergeten ‘oude’ rouw om vier (zeer) dierbaren die in mijn levenslijn plotseling overleden waren. Zo waren mijn ‘draaglast’ en ‘draagkracht’ te lange tijd in onbalans geraakt.

Ik krabbelde weer wat op. Dat jaar besloot ik om me in mijn studieverlof te richten op de betekenis van ‘verlangen’ in mijn geloof, in de kerkgemeenschap en het leven. Dit studieverlof kwam niet echt van de grond: ik zocht verheldering en vrede maar kon die niet vinden. Een collega gaf aan dat een retraite in Iona-Abbey me zeker goed zou kunnen doen. Ik kon niet anders meer dan op zijn vingerwijzing in te gaan. Het verlangen naar heling, inzicht en doorzicht was sterk, en daarnaast zag ik naar een pelgrimsreis naar de Schotse Westkust uit.                                                                                                                                                                                 Die reis is een ‘doorbraakervaring’ geworden: ik voelde weer geloofsgrond onder mijn voeten. De mensen die ik ontmoette (mede-retraitegangers in die week en de inspirerende ‘warden’ van Iona Abbey die me ongevraagd geestelijke begeleiding gaf: you Dutch rationalistic Protestnt!) de aandachtige levenshouding, de liturgie, de onbarmhartige en prachtige natuur (een landschap vrijwel zonder bomen waardoor je je tegen de elementen niet verweren kunt), de ernst en de humor, het Keltisch geïnspireerde- en maatschappelijke christendom van de Community… ik hervond een oud én nieuw geloven. Niet één moment, maar de beleving van verwondering dat ik op deze oeroude plek mocht zijn; een groots moment en tegelijk een stipje in de tijd.                                                                                                                        Het voelde of er iets wat ik al heel lang vergeten was weer aangeraakt was. Ik hoefde niet te dragen, ik werd – even- gedragen.                                                                                                                             Dit besef komt uiteindelijk altijd weer boven in perioden van drukte en ‘afwezigheid’, zoals ik het als kind eens, in mijn vroegste jeugd, ervaren had om vrijwel onmiddellijk weer te vergeten.

Na die week in Iona Abbey was er een periode van verwerking en inbedding die zeker twee jaar heeft geduurd. Ik ging er meer en meer op vertrouwen dat God er al voor (en na!) mijn activiteit en organisatie was, en is en zal zijn.                                                                                                         Ik leed immers waar zoveel tijd- en cultuurgenoten aan lijden:                                                                     *  Een te eenzijdig op de toekomst gerichte oriëntatie in plaats van te leven in het hier en nu   * De behoefte om helemaal zelf de richting van je leven te bepalen                                                    * Een te pragmatische, probleemoplossende gerichtheid                                                                * Ongeduld, het niet kunnen wachten en tijd geven aan processen van groei                                * Grote gehechtheid aan productiviteit en ‘nut, waardoor de waarde van het ‘doen’ niet in            evenwicht is met de fundamentele waarde van het ‘zijn’.                                                                  (woorden van Claudia Theinert in Meditatief leven)

In de geloofsgemeenschap waar ik werkte ging ik me nadrukkelijk op kringenwerk concentreren waarin gemeenteleden uitgenodigd werden zichzelf meer vanuit geloofservaring te verstaan. Ik ging er, meer dan daarvoor, vanuit dat de gemeenteleden het ‘beeld van God’ al lang in zich dragen. Dit vertrouwen bracht meer gemeenschap dan daarvoor, en bracht ook dat ik me door de ander liet voeden in zijn of haar eigenheid.                   Het werkte tegelijk ontspannend: het slagen van de bijeenkomst hing niet (meer) van mijn inzet af, al blijft een goede voorbereiding noodzakelijk.                                                               Daarnaast was mijn theologische insteek veranderd: meer op vertrouwen en intuïtie, en levende omgang met de bijbel en gebedsleven gebaseerd; minder op verstandelijke en functionele overwegingen. Het zogenaamde Keltische christendom (waarover straks iets meer) bood hier een zekere bedding voor.                                                                                                                  Het werkte zeer ontspannend om een aantal wissels inwendig genomen te hebben.                   In pastoraat, eredienst en teamwerk werkte ik dit verder uit. Mijn persoonlijk geloofsleven werd nadrukkelijker gevoed door de gebeds- en leespraxis van de Iona Community.                 De liturgische inzet, bijvoorbeeld door de direct aansprekende teksten en muziek, sloeg bruggen in de oude, gegroeide verhoudingen.                                                                                                   Het opzetten van een landelijk netwerk in 1999 en de uitnodiging om een Iona-liedbundel te verzorgen, samen met Gerke van Hiele, gaf een nieuwe dimensie en reikwijdte: ‘Iona’ stond ineens op de kaart in Nederland! In later jaren werd dit verrijkt door een serie boeken en brochures over inhoud, spiritualiteit en levensweg door het houden van de Regel. We zetten een aantal regio-groepen op waarin deze spiritualiteit regelmatig werd, en wordt, beoefend. Inmiddels was mij ook duidelijk geworden, dat mijn eigen (geestelijke) weg, door het lidmaatschap van deze beweging (die ook een zeker commitment zou betekenen) me werkelijk verder zou brengen. De eigenheid van de leden (in de regel oecumenisch, breed en maatschappelijk betrokken georiënteerd, en daarbij ook nog zeer eigenzinnig) zou ook in de dienstbaarheid naar de PKN en mijn eigen gemeente toe gevolgen kunnen hebben.                       De verdieping die dit bracht, en brengt, bevestigt nog steeds deze overtuiging.                             De doorbraakervaring van destijds werkt nog steeds door.

Overigens ben ik al sinds 1987 door intervisie tweemaandelijks in gesprek over de geestelijke weg; rond de millenniumwisseling werd dit geestelijke begeleiding genoemd.             In mijn geestelijke en theologische ontwikkeling kwam in die intervisie een tweede stap, en verdieping aan de orde: ik stond voor de keuze om van gemeente te veranderen of me te verdiepen door verdere studie, waar ik eigenlijk nooit, na de KPV (= Klinisch Pastorale Vorming), echt aan toe gekomen was. Een cursus In gesprek over de geestelijke weg werd gevolgd door de opleiding tot Geestelijk Begeleider aan Hydepark/Titus Brandsma Instituut.     Dit heeft op geloofs- en wetenschappelijk gebied zeer veel betekend.                                                   Met name het veld van de mystagogie en de kern van de mystiek in het geloofsleven, in samenhang met een fenomenologische benadering bracht dat ervaring en openbaring niet meer tegen elkaar uitgespeeld hoeven te worden. Het komt wel aan op onderscheiding der geesten en de bereidheid om je door de liefde van de Eeuwige om te laten vormen naar Hem toe. In de gemeente en de activiteiten die ze onderneemt zijn drie dimensies die in alle activiteiten moeten doorklinken op de één of andere manier wezenlijk: de dimensies van mystiek, gemeenschap en diaconaat.

De geloofsgemeenschap die ik dien(de) heeft in de regel, meen ik, mijn inspiratiebron gewaardeerd. Ik heb geprobeerd om in mijn passie authentiek te blijven en geen Iona-dominee te worden. Dit betekent een zeker doseren en vooral: oog blijven houden voor wat de ander nodig heeft. Mijn verlangende omgang met Vader, Zoon en Geest moet noch deze drie, noch de gemeente op haar weg voor de voeten lopen. Dat is al heel wat! Toch zullen er ongetwijfeld momenten zijn geweest waarop mijn werkwijze en inzet remmend heeft gewerkt: niet iedereen is in staat of gediend tot en met gesprek over de geloofservaring bijvoorbeeld. En niet ieder lied wat tot jou spreekt doet dat bij een ander ook.

In de geloofsgemeenschap komen de sporen echter zeker terug.                                                             In het Keltisch christendom stonden de Presentie van God, de beeldtaal (Poetry), de Pelgrimage en de boete (Penance, als verantwoording naar de Presente toe in de schepping) centraal. Van alle vier de elementen heb ik een en ander (mee!) kunnen realiseren door de gaven die in de gemeenschappen aanwezig zijn. Met name de beeldtaal (via het gebruiken en maken van kunstuitingen, zegenbeden en liederen) als het ‘bidden met de benen’(door middel van een- of meerdaagse pelgrimages zijn in de gemeenten goed aangeslagen. En ook zo dat gemeenteleden zelf de organisatie daarvan zijn gaan dragen. Mijn/onze rol is dan meer die van ‘geestelijk begeleider’ die in meerdere of mindere mate naar voren treedt. Door de vraag van een gemeentelid die een Iona-pelgrimage meemaakte ontwierpen we samen een pelgrimage op het landgoed van Hydepark, die ook voor anderen/groepen beschikbaar is geworden. Als het gaat om de Presentie is er nu ruimte om in onze gemeente bezoekersgroepen in secties waar het bezoekwerk niet meer echt aansluit bij de behoefte van gemeenteleden om te zetten in wijkkringen waarin het doel onderlinge ondersteuning en geloofsversterking is geworden. Op een breder vlak werd via de gemeentescan (in Nederland geïntroduceerd door Bert Bakker) duidelijk dat we meer aandacht moeten besteden aan het oefenen in het onderlinge geloofsgesprek. Van werkgroep naar kerkgroep.

Een bloeiende gemeente hoeft geen groeiende gemeente te zijn! Ook de weg van de kerk ‘van binnen naar buiten’ staat nu helder op de agenda. Een herinrichting van onze Middeleeuwse kerk, waar in de oude consistoriekamer nu een gedachtenis- en stiltekapel is ondergebracht past in deze ontwikkeling: de kerk die op een plek staat waar al sinds 900 mensen hun geloof beleven krijgt meer en meer weer de open ruimte in de samenleving die het evangelie dient. Ons gemoderniseerde zalencentrum en gastvrije beheer versterkt dit in grote mate.

In breder, plaatselijk oecumenisch, verband nam ik, vanwege de voorbereiding van het Iona-lidmaatschap, het initiatief tot het project Bewust naar Pasen. Op zeven woensdagavonden (*18.00-20.00uur) tussen Aswoensdag en Pasen worden dorpsgenoten uitgenodigd om, rond een thema/Bijbelwoord, bij elkaar te komen.  Eerst wordt er een vastenmaaltijd genoten, vervolgens is er een spreker en praktische informatie voor bewust leven, er wordt een project ondersteund en met een Vesper afgesloten. Dit project kent inmiddels een trouwe en groeiende groep deelnemers, en wordt hier en daar in het land over genomen. In Doorn leidde dit project tot een permanente Kerk & Schepping-groep die zich concentreerde op verdere maatschappelijke bewustwording en concrete actie.

Het zal inmiddels duidelijk zijn, denk ik, wat ik geleerd heb. Als wij een brief van Christus zijn (2e Corinthebrief) dan zijn we geroepen om dit ook te zijn en steeds meer te worden. Eigen initiatief en gedrevenheid is een gave maar ook een valkuil gebleken. Om ruimte maken (en houden) voor ontvankelijkheid en overgave vraagt een dagelijkse kleine bekering. Wij worden ‘ik’ door de ogen van de ander, en zeker door de ogen van die Ander die mij in Christus aanziet. En die is dichter bij dan ik steeds geneigd ben om te denken.                                   Als pastor, begeleider en gemeenteopbouwer herken ik me in de werkwijze en presentie die in de 5 ‘b’s’ te vinden is. (via Matthijs Vlaardingerbroek in Den Haag, en de Londense kerkplantingsgemeente van Shadwell kwam ik die op het spoor) Wanneer je met bijvoorbeeld een catechesegroep van 13 en 14 jarigen werkt krijg je haar meteen in het oog (alle andere groepswerk is van het werk in deze lastige doelgroep af te leiden):

1 to be: let op dat ze er kunnen zijn. Laat eerst ruimte voor gesprek over ‘hun’ dag.

2 to bless: op deze manier kunnen begeleiders en deelnemers groeien in een houding die de ander dient en zelfs tot zegen is.

3 to belong: als ze zo zich gekend weten door hun begeleiders en groepsgenoten willen ze er (graag) bij horen.

4 to believe: dan pas komt er ruimte om de geloofslaag aan te raken via bijbel, levens- en geloofsgesprek.

5 to behave: en dan leidt dit ongetwijfeld tot verandering in (geloofs-)houding.

‘Onze’ als erg lastig bekend staande pubergroep deed uiteindelijk vrijwel geheel mee aan de Paasnachtviering! Hoewel ze in de Dageraadsviering ongeveer omvielen van vermoeidheid bleek deze ervaring voor hen een hoogtepunt in het catechesejaar geworden te zijn. Dat ze daarmee niet de trouwe kerkleden zullen worden waar we geneigd zijn op te hopen is duidelijk. Wel dat kerk- en gemeentezijn in hun leven een ervaring is waarin ze dichter bij zichzelf, elkaar, ons als begeleiders en God mochten komen dan zij/wij eerst maar konden vermoeden!

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s